Schelvis

Melanogrammus aeglefinus


zeevruchtengids.org/nl/schelvis
  • Noordoostelijke Atlantische Oceaan, van IJsland en het noorden van Noorwegen tot de Golf van Biskaje
  • Bodemsleepnet
  • Zegen
  • Beug
  • Staand want

 


  • Nederlands
  • English
  • Français

Laatst bijgewerkt: december 2018

 

Schelvis leeft in de nabijheid van de bodem op een diepte van 50 tot 300 meter in de Noord-Atlantische Oceaan. Deze kabeljauwachtige wordt geslachtsrijp na 4 jaar (mannetjes) of 5 jaar (vrouwtjes). Afhankelijk van de locatie meten ze dan 33 tot 46 cm en wegen ze ongeveer 1,5 kg. Er wordt heel gericht en veel op schelvis gevist. Dat gebeurt voornamelijk met bodemsleepnetten, het staand want of met de beug. Jaarlijks wordt in het Verenigd Koninkrijk 34 000 ton schelvis aangeland, meer dan 115 000 ton ingevoerd (ruw product) en een verwaarloosbare hoeveelheid geëxporteerd. Het Verenigd Koninkrijk is dan ook dé afzetmarkt voor schelvis in Europa. De populaire soort wordt er o.a. geserveerd in de om en bij de 11 000 ‘Fish and Chips’-kramen die het land telt. Ook is gerookte schelvis er zeer populair.

 

 

Naast de 500 ton schelvis die in 2016 ingevoerd werd (vnl. uit Nederland, Denemarken, Frankrijk en Zweden), landden de Belgische boomkorvisser zelf ook 150 ton schelvis aan voornamelijk uit de Keltische Zee en Noordzee. In 2016 werd in Frankrijk een totaal van 4 600 ton aan schelvis geïmporteerd (equivalent levend gewicht).

 

Beschermingsmaatregelen

De visserij op schelvis is aan een geheel van beschermingsmaatregelen onderworpen:
• Een Totale Toegestane Vangst (TAC) van 64 977 ton in 2018 in de noordoostelijke Atlantische Oceaan (Europese en internationale wateren).
• Een minimum instandhoudingsreferentiegrootte van 30 cm in alle zones, behalve in het Kattegat en het Skagerrak waar deze 27 cm bedraagt.
• Sinds januari 1997 moeten de trawlnetten die in de Barentszzee en in Spitsbergse wateren worden gebruikt, voorzien zijn van een ontsnappingsrooster voor jonge vis.

 

Duurzaamheid afhankelijk van de stock

De laatste adviezen van ICES besluiten dat:
• het schelvisbestand dat leeft in de Noordzee, het Skagerrak en West-Schotland (ICES-zones 4, 3.a en 6.a) wordt overbevist, maar de biomassa bevindt zich nog binnen de biologisch veilige grenzen. ICES raadt voor 2018 een quotum aan van 48 990 ton (in 2016 werd nog 36 024 ton gevangen). In West-Schotland is de visserij op Noorse kreeft verantwoordelijk voor een zeer grote teruggooi van schelvis (50% van de vangsten). Er moeten maatregelen genomen worden om de teruggooi van juvenielen te vermijden. Als onderdeel van de aanlandplicht kunnen voor bepaalde visserijen uitzonderingen worden toegestaan, waarbij ze tot maximaal 4% van de jaarlijkse vangsten van schelvis mogen teruggooien.
• Het bestand rond IJsland (ICES-zone 5.a) wordt momenteel op een duurzaam niveau bevist. Hoewel de paaibiomassa er daalt sinds 2008, blijft ze binnen veilige biologische grenzen. In april 2013 werd door de IJslandse overheid een beheerplan in werking gesteld dat de visserijsterfte moet doen dalen.
• In de noordoostelijke Arctische Zee (Barentszzee en Noorse Zee, ICES-zone 1 en 2) wordt schelvis sinds 2009 bevist op het niveau van Maximale Duurzame Opbrengst (MSY). De illegale visserij is er sterk teruggedrongen omdat er sinds 2004 een beheerplan geldt voor schelvis, gemeenschappelijk uitgevaardigd door Noorwegen en Rusland. ICES raadt voor 2018 een quotum aan van 202 305 ton (in 2016 werd nog 233 416 ton gevangen).
• Het bestand rond de Faeröer (ICES-zone 5.b) is in kritieke toestand. ICES raadt aan om de vangsten van schelvis in 2018 te bepreken tot 4 570 ton. Het beheerplan, uitgewerkt door verschillende spelers in de visketen (industrie, onderzoek en administratie), werd in 2018 opgestart.
• De stock van Rockall (ICES-zone 6.b) ondervindt een reeks van slechte rekruteringsjaren, wat tussen 2010 en 2014 leidde tot het ineenstorten van de paaibiomassa. Sinds 2016 zitten zowel de biomassa als de visserijdruk terug op een duurzaam niveau. ICES raadt voor 2018 een vangstbeperking aan van 5 163 ton (in 2016 werd 2 886 ton aangeland, waarbij 10% juveniele schelvis). Er moeten maatregelen worden genomen om de teruggooi te reduceren en om de vangsten van juvenielen te minderen. Momenteel is men een beheerplan aan het evalueren, maar het is nog niet van toepassing.
• Het bestand van schelvis in de Ierse Zee (ICES-zone 6.a) is in goede staat en wordt op een duurzame manier geëxploiteerd. Voor 2018 raadt ICES vangstmogelijkheden aan tot 3 444 ton. In 2017 bedroeg de TAC nog 2 615 ton. Men schat dat 23% van de vangsten jonge exemplaren zijn.
• De stock in de Keltische Zee en Engels Kanaal (ICES-zone 7.b-k) lijkt in goede staat, hoewel het exploitatieniveau iets hoger ligt dan de Maximale Duurzame Opbrengst (MSY). ICES raadt aan om maatregelen te treffen om de vangst van jonge exemplaren te verminderen (die 58% van de vangsten bedragen). Sinds de lente van 2012 moeten trawlnetten er voorzien zijn met ontsnappingspanelen (vierkante mazen) voor jonge vissen.

 

Schelvis: vers of gerookt

In België vinden we schelvis in de handel in de vorm van verse of diepvriesfilets. De soort wordt in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk ook sterk geapprecieerd in de vorm van koud gerookte filets op vel (‘haddock’). Onder deze vorm is schelvis niet of moeilijk te vinden op de Belgische markt.

 

Schelvis en lodde staan beide op het menu van zeezoogdieren in de Arctische Zee. Hoe veelvuldiger lodde in een bepaald jaar aanwezig is, hoe meer schelvis gespaard blijft van predatie door zeehonden en walvissen.

 

In 2014 werd in Frankrijk een totaal van 17 340 ton aan schelvis geconsumeerd (equivalent levend gewicht).

TE ONTHOUDEN

  • De schelvisbestanden uit IJslandse wateren, Rockall, Ierse Zee en de noordoostelijke Arctische Zee zijn vrij gezond. Het huidige bevissingsniveau is duurzaam.
  • Vermijd schelvis afkomstig uit andere stocks.
  •  Er zijn 14 schelvisvisserijen met een MSC-keurmerk die opereren in de Noord-Atlantische Oceaan (Canadese wateren, Barentszzee, Noordzee, en in de IJslandse en Noorse wateren).