zeevruchtengids.org/nl/andr%C3%A9-le-gall
  • Nederlands
  • English
  • Français

Laatst bijgewerkt: december 2018

 

 

André Le Gall

Visser in de Baai van Brest

 

 

Net zoals al zijn collega’s in de Baai van Brest is André een polyvalent visser, die zowel op schelpdieren als op vissen vist. De grote streekspecialiteiten blijven de sint-jakobsschelp en de bonte mantel. Deze twee soorten zijn lokaal fel gegeerd. Ze worden  zelden buiten de Bretoense departementen uitgevoerd, omdat er zoveel vraag naar is.  André vangt sint-jakobsschelpen en wrattige venusschelpen. De laatste jaren vangt hij steeds minder vis en is hij hiermee getuige van de achteruitgang van zeebaars in deze regio.

 

“Elke dag is anders”

Weloverwogen en overtuigd als hij is, zetelt André in de ‘sintjakobsschelpen-commissie’ van de nationale producentenorganisatie CNPMEM en draagt hij bij tot de beslissingen die genomen worden voor het beheer van de bestanden en de omkadering van de visserij. Sinds eind 2001 is hij voorzitter van de broedbank van Tinduff waar ze zich, naast de zaadproductie van sint-jakobsschelpen, ook richten op de productie van zaad van bonte mantel, wijde mantel en zeeoor. Het schelpenzaad, dat kunstmatig in de broedbank wordt voortgebracht, wordt uitgestrooid om de natuurlijke schelpenbanken te versterken. Zodoende worden de bedrijven van de schelpenvissers van Brest in stand gehouden.

 

André staat nu 20 jaar in het vak en was getuige van het verminderen van andere natuurlijke rijkdommen. “Zeeduivels zo groot als de motorkap van een ‘deux chevaux’ komen niet meer voor. Ook bonte mantel heeft geleden onder een te intensieve bevissing en in onze streek zijn er bijna geen zee-egels meer te zien. Maar toch is de toestand vandaag beter dan die van enkele jaren geleden. Vissers zijn steeds meer bewust en we nemen maatregelen om het beroep én de rijkdommen van de zee te beschermen. Velen gebruiken nu selectievere visserijtechnieken en de periodes van biologische rust worden nageleefd.”

 

André is ook lid van de vereniging van lijnvissers van de Bretoense peninsula (vijf departementen). Zij vissen met de beug, sleeplijn of door middel van jigging. Elk lid stemt in met een gedragscode die staat voor een “duurzame en doordachte visserij op de rijkdommen van de zee”. De lijnvissers vissen op zeebaars, zwarte zeebrasem (zeekarper) en pollak. Zij voorzien hun vangst van een etiket waarop informatie te vinden is over de oorsprong van het product.

 

“Toen ik 20 jaar geleden met dit beroep begon, was ik de jongste visser van Plougastel. Vandaag ben ik nog steeds de jongste”. André Le Gall betreurt dat het beroep geen aantrekkingskracht meer heeft op de jonge generatie. “Nochtans beveel ik zonder aarzelen het beroep aan bij de jeugd. De zee blijft een ruimte van vrijheid. Elke dag is anders en dit beroep evolueert sterk. Je moet het beroep zonder vooroordelen bekijken: de techniek evolueert, de verkoopcondities wijzigen en wij moeten onszelf constant heruitvinden tegenover een natuurlijke bron die almaar fluctueert en ons doet verrassen. Het is een mooi beroep en er is nog zoveel te doen!”

 

De schelpdieren uit de baai van Brest:

• Sint-jakobsschelpen: jaarlijks wordt 200 ton opgevist (14 500 ton in gans Frankrijk). Stabiele visserij sinds vele jaren, dankzij het uitzetten van meer dan 3 miljoen schelpenzaden per jaar.
• Venusschelpen: ongeveer 100 ton per jaar (500 ton in heel Frankrijk). De minimale aanlandingsgrootte van de wrattige venusschelp is opnieuw 43 cm geworden.
• Bonte mantels: Er wordt vermoed dat goudbrasem veel op deze soort predeert. Jaarlijks wordt 50 ton aangeland in La Rochelle.
• Wijde mantels: de natuurlijke schelpenbanken zijn verdwenen, overwoekerd door zeesterren (600 à 1 000 ton aangeland in heel Frankrijk).

 

Uittreksel uit de principeverklaring van de lijnvissers van de Bretoense peninsula:

“Duurzame ontwikkeling is een essentiële bezorgdheid”

Kiezen voor een levenswijze in harmonie met een beschermde natuur, betekent ook denken aan de toekomst. Het is daarvoor binnen een beroepsactiviteit noodzakelijk om duurzaam en met respect te handelen. Daarom moet de lijnvisser:
• bij voorrang volwassen exemplaren zoeken en de kleine individuen terugzetten, die zich nog niet eenmaal hebben kunnen voortplanten;
• de biologische cycli en met name de paaitijd naleven;
• meewerken aan wetenschappelijke studieprogramma’s en aan acties voor het bevorderen van de waterkwaliteit;
• constructief deelnemen binnen de kustgemeenschap en mee zorgen voor de veiligheid op zee door een constante aanwezigheid in de kustwateren.