Poon

Chelidonichthys cuculus

Chelidonichthys lucerna

Eutrigla gurnardus


zeevruchtengids.org/nl/poon
  • Oost-Atlantische Oceaan, van het zuiden van Noorwegen tot de Marokkaanse wateren
  • Middellandse Zee
  • Bodemsleepnet
  • Boomkor
  • Warrelnet
  • Kieuwnet
  • Zegen (ankerzegen en flyshoot)

  • Nederlands
  • English
  • Français

Laatst bijgewerkt: december 2018

 

Ponen behoren tot de familie van de Triglidae. Er worden in de Belgische vismijnen drie soorten aangeland, zonder altijd correct onderscheiden te worden in de statistieken:

 

Engelse poon Chelidonichthys cuculus komt voor in de Oost-Atlantische Oceaan, van aan de Britse eilanden tot aan Mauritanië, alsook in de Middellandse Zee. Hij is vooral veelvuldig aanwezig in het Engels Kanaal en de Keltische Zee, en komt bijna niet voor in de Noordzee.
Rode poon Chelidonichthys lucerna leeft van aan de Noors-Deense kusten tot aan Cap Blanc aan de Afrikaanse westkust, alsook in de Middellandse Zee. Rode poon trekt in de winter weg uit de Noordzee en overwintert in het warmere (lees: diepere) water van het Kanaal tot aan de Marokkaanse kust.
Grauwe poon Eutrigla gurnardus komt voor van aan IJsland en Noorwegen tot aan het Marokko, en ook in de Middellandse Zee. Het is de meest voorkomende soort poon in de Noordzee en het Engels kanaal. In de zomer leven grauwe ponen in ondiep water; in de winter trekken ze naar diep water waar ze in grote groepen verzamelen.

De geografische verspreiding van Engelse poon en rode poon is bijna identiek: ze leven in de Oost-Atlantische Oceaan, van aan de Noors-Deense tot aan de Mauritaanse-Marokkaanse kusten. Engelse poon is vooral aanwezig in het Engels Kanaal en de Keltische Zee, en komt bijna niet voor in de Noordzee. Rode poon trekt in de winter weg uit de Noordzee en overwintert in het warmere (lees: diepere) water van het Kanaal tot aan de Marokkaanse kust. Grauwe poon komt voor van aan IJsland en Noorwegen tot aan het Marokko, en ook in de Middellandse Zee. Het is de meest voorkomende soort poon in de Noordzee en het Engels kanaal. In de zomer leven grauwe ponen in ondiep water; in de winter trekken ze naar diep water waar ze in grote groepen verzamelen.

 

Het vrouwtje van de grauwe poon is geslachtsrijp vanaf 24 cm. De Engelse poon is doorgaans geslachtsrijp vanaf 25 cm. Bij de rode poon is de biologie slecht gekend, maar hij kan 75 cm groot worden en tot 15 jaar leven.

 

Ponen zijn aangepast voor een leven op de zeebodem: hun buikvinnen zijn omgevormd tot tastorganen waarmee ze ook over de bodem kunnen ‘lopen’. Ze hebben een driehoekige kop die verstevigd is met beenplaten en een brede bek.

 

Verwar poon niet met de zeebarbeel of mul (Mullus surmuletus en Mullus barbatus), die door sommigen ook wel eens ‘koning van de poon’ wordt genoemd.

 

Als er gevaar dreigt, maken ponen een knorrend lawaai door hun zwemblaas te laten trillen. Daarom worden ze ook wel 'knorhanen' genoemd. Ze doen dit om tegenstanders af te schrikken.

 

 

Weinig kennis over de stocks

De toestand van de bestanden van de verschillende ponensoorten is slecht gekend. De eerste wetenschappelijke ramingen dateren van 2011. Omdat de vangstdata nog steeds niet zeer robuust zijn, blijft het zeer moeilijk om de stocks precies af te bakenen (voor Engelse poon) en/of om biologische referentiepunten in te stellen (voor Engelse poon en grauwe poon). Andere poonsoorten (rode poon, maar o.a. ook lierpoon en gestreepte poon) worden niet door ICES geëvalueerd. Ondanks het ontbreken van goede gegevens, raden wetenschappers sinds 2013 uit voorzorg aan om de vangsten van ponen niet te laten stijgen. Uitzondering hierop is de grauwe poon, waarvan de biomassa sinds het begin van de jaren 80 verdrievoudigd blijkt.

 

Europa legt geen specifieke regels of vangstbeperkingen op voor de visserij op poon. Ponen worden meestal opgevist als bijvangst, en het grootste deel ervan wordt ook weer teruggegooid. Gezien deze soorten niet gequoteerd zijn, vallen ze ook niet onder de nieuwe aanlandplicht.

 

De Europese Commissie legt geen minimummaten op voor de verschillende poonsoorten, maar om te kunnen worden aangeland in de Belgische vismijnen moeten exemplaren minimaal 20 cm lang zijn. Omdat de geslachtsrijpheid pas bij een lengte van 24-25 cm valt, is het aan te raden toch een iets grotere maat te verkiezen.

 

Het opvissen van de diverse poonsoorten gebeurt vooral door met bodemsleepnetten door het groot vlootsegment op de verre visserij. Gezien deze activiteit strikt gereglementeerd wordt, genieten de ponen dus onrechtstreeks mee van de beschermingsmaatregelen die aan deze gemengde visserij (met meerdere doelsoorten) worden opgelegd. Bijvoorbeeld door het vastleggen van de minimum maaswijdte op 80 mm kunnen onvolwassen exemplaren van poon gemakkelijk ontsnappen.

 

Omdat in België de vraag naar poon traditioneel laag is en de prijzen in de vismijn navenant laag zijn, kennen de soorten een hoge teruggooi. Na promotiecampagnes in 2012 en 2017, waar het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) rode poon aanduidde als ‘vis van het jaar’, steeg de aanvoer en verkoop in de vismijn aanzienlijk. Ook grauwe poon profiteerde mee.

 

 

Rode en grauwe poon favoriet

De drie ponen worden vers verkocht, op hun geheel of als filet. Rode poon is het meest gegeerd door foodies omwille van zijn wit en vast vlees. Hij is ook de duurste van de drie. De grauwe poon, de goedkoopste soort, zou volgens zijn voorstanders nochtans lekkerder zijn dan de rode!

 

 

Grauwe poon is meestal grijsbruin gekleurd met een rode schijn en heeft witte spikkeltjes op de flanken.

 
Engelse poon is steeds helrood gekleurd en heeft plaatvormige schubben langs de zijlijn.  

Rode poon veeleer bruinachtig van kleur (in tegenstelling met wat zijn naam doet vermoeden). De typische helblauwe kleur van de borstvinnen vervaagt als de vis minder vers is.  

 

 

 

De voornaamste poonvangsten worden geregistreerd in het Engels Kanaal, de Noordzee en de wateren ten westen van het Verenigd Koninkrijk. Belgische vissers landden in 2016 1 569 ton poon aan, waarvan 80% rode poon en 15% Engelse poon. Jaarlijks worden in Frankrijk 4 800 ton poon aangeland, waarvan de helft Engelse poon.

 

TE ONTHOUDEN

  • Op de Belgische markt zijn zowel de Engelse poon, de rode poon als de grauwe poon te koop.
  • Het vlees, vooral van de rode en grauwe poon, is heel erg verfijnd.
  • De Engelse poon, de minst vlezige, kan gebruikt worden om soep mee te maken.
  • De productie van poon is relatief stabiel. De toestand van de bestanden is echter niet goed gekend. Ze lijken niet in gevaar. Maar het gebrek aan kennis pleit voor een gematigd verbruik.