Paling

Anguilla anguilla, Anguilla australis

Anguilla rostrate, Anguilla japonica

Anguilla dieffenbachia


zeevruchtengids.org/nl/paling
  • Atlantische Oceaan, van Noorwegen tot Marokko
  • Middellandse Zee
  • Zwarte Zee
  • Net met fijne mazen
  • Ankerkuil
  • Fuik en val
  • Net en lijn

Vetmesterij:

  • Vijver
  • Tanks (indoor)

  • Nederlands
  • English
  • Français

Laatst bijgewerkt: december 2018

 

Palingen zijn mysterieuze reizigers. Het zijn dieren die vooral opgroeien in zoet en brak water (een aanzienlijk deel ook in zee), maar voortplanten doen ze in zee. De exacte plaats waar Europese paling Anguilla anguilla kuitschieten is nog steeds niet gekend door de wetenschap, maar  hun larven vindt men terug ter hoogte van de Sargassozee in het centraal-westelijke deel van de Atlantische Oceaan. De larven laten zich meevoeren met de Golfstroom en bereiken aan het begin van de winter de kusten van Zuid-Europa. Later in het seizoen (lente, zomer) duiken ze ook op in Noord-Europa. Wanneer palinglarven het continent naderen, metamorfoseren ze tot glasaaltjes. Op dat moment hebben ze al een tocht van 6 000 km afgelegd. De meeste glasaal trekt de rivieren op, waar ze verder opgroeien en een geelachtige kleur aannemen (gele paling). Wanneer de dieren geslachtsrijp worden, ondergaan ze een laatste gedaanteverandering: hun buik wordt witter, de rug donkerder, de ogen groter en ze krijgen een zilverachtige kleur (zilverpaling). Op dat moment starten ze hun lange reis terug naar hun paaigebied om er voor nageslacht te zorgen, waarna ze sterven. Ze worden gewoonlijk 10-15 jaar oud (max. 88 jaar). Paling wordt in elke levensfase door vissers geviseerd: als glasaaltje, als gele paling en zilverpaling worden ze aangeboden op de markt.

 

Vrouwelijke palingen kunnen 1 m lang worden en meer dan 3 kg wegen. Ze worden geslachtsrijp na 12 tot 15 jaar. Mannetjes zijn kleiner, meten tussen 30 en 50 cm en wegen ongeveer 1,5 kg. Ze worden geslachtsrijp na 8 à 10 jaar.

 

Bijna uitgestorven

Het bestand van de Europese paling en de aangroei ervan staan op dit ogenblik op hun laagste peil in de geschiedenis. De soort staat op uitsterven. De rekrutering van jonge glasaal die bijdraagt tot het paaibestand is met 95% gedaald tussen 1970 en 2015. Er zijn allerlei oorzaken voor deze achteruitgang: overbevissing, illegale visserij en stroperij, habitatverlies, de verslechtering van de waterkwaliteit, de opstapeling van vervuilende stoffen die de conditie en energiereserves aantasten, ziektes en parasieten, het blokkeren van migratieroutes door de inrichting van waterlopen (stuwen, sluizen, pompgemalen). Ook wijzigingen in de omgevingsvariabelen in de oceaan (temperatuur, stromingen) kunnen bijkomend nefast zijn voor de aanwas van de soort. ICES sloeg in de jaren 90 alarm en vroeg om alle menselijke impact op paling – waaronder ook de visvangst – zoveel mogelijk te beperken.

 

 

 

De Europese paling is sinds maart 2009 opgenomen in bijlage II van de CITESConventie (inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten). Hierdoor is internationale handel van paling wel nog toegelaten, maar strikt gereglementeerd.

 

In december 2010 werd de export van paling naar landen buiten de EU verboden (uitwisseling tussen EU-lidstaten wordt hier niet beschouwd als export). Bepaalde grote warenhuisketens in Denemarken en Nederland – landen met een traditioneel groot palingverbruik – beslisten in 2010 om deze soort niet meer te commercialiseren.

 

Beheer van de palingstocks in Europa

Om de dramatische achteruitgang van Europese paling te stoppen, heeft de Europese ministerraad in september 2007 de palingverordening uitgevaardigd (EC/1100/2007). Die stelt dat alle lidstaten maatregelen moeten treffen zodat de paaibiomassa zich kan herstellen en er op termijn minstens 40 % van de volwassen zilverpaling de open zee kan bereiken om er zich voort te gaan planten. Eind 2008 moesten alle lidstaten hun beheerplan klaar hebben om de sterfte te verminderen en de milieuomstandigheden te verbeteren. In het Belgische palingbeheerplan uit 2009 wordt vooral gefocust op het verbeteren van de vrije migratie van en naar zee, het uitzetten van glasaal en het aanpakken van illegale stroperij. De palingvangst wordt meestal op lokaal niveau gereglementeerd via regels die het gebruikte vistuig (maaswijdte) en het aantal visvergunningen beperken en/of door een visseizoen (start- en sluitdatum) in te stellen.

 

Helaas is, ondanks deze inspanningen, de biomassa van de Europese palingstocks nog steeds niet toegenomen. In 2018 werd opnieuw aan de alarmbel getrokken en werden de reeds genomen maatregelen door de lidstaten versterkt door een EU-besluit om de palingvisserij tijdelijk te sluiten voor drie opeenvolgende maanden (tussen 1 september 2018 en 31 januari 2019). Deze valt samen met de migratieperiode, wanneer paling het kwetsbaarst is. De lidstaten hebben zich ook geëngageerd om strenger op te treden tegen de illegale visserij op deze soort.

Vele producten voor een veelzijdige markt

Glasaal wordt in Frankrijk en het Iberische schiereiland gegeten en zeer gesmaakt. Ze worden er traditioneel opgevist in riviermondingen. Tot in 2010 werden glasaaltjes van de Europese paling levend verzonden naar het Verre Oosten, waar ze werden vetgemest (nadat glasaal van de lokale palingsoort Anguilla japonica er ondertussen zeer schaars was geworden). De sterke vraag vanuit de Aziatische markt zorgde echter voor torenhoge prijzen, waardoor het grootste gedeelte van de Europese productie (tot voor kort) geëxporteerd werd. In 2010 namen de lidstaten van CITES bij eenparigheid een 0-quotum aan voor de uitvoer van glasaal buiten de Europese Unie.


• Volwassen palingen worden hoofdzakelijk levend verhandeld of (warm) gerookt, een grote specialiteit in het noorden van Europa. In België is ‘paling in het groen’ een zeer gegeerd recept, waarbij in de saus een grote variëteit aan groene kruiden verwerkt worden. Bij Mariekerke aan de Schelde is er het jaarlijkse palingfestival in het pinksterweekend.

 

In 2012 voerde België 447 ton levende paling, 68 ton verse paling, 127 diepvriespaling en 42 ton gerookte paling in. Naast Europese paling gaat het hier gedeeltelijk ook over Amerikaanse paling (Anguilla rostrata), Nieuw-Zeelandse paling (Anguilla dieffenbachii en Anguilla australis) en Japanse paling (Anguilla japonica). In datzelfde jaar importeerde Frankrijk 119 ton paling (goed voor een waarde van 2,1 miljoen euro) en exporteerde het land 410 ton levende paling.

 

In België wordt palingvisserij niet meer beroepsmatig uitgeoefend. Er is wel nog een beperkte recreatieve visserij.


Omwille van de zeer hoge waarden aan toxische stoffen in palingvlees adviseert de Vlaamse overheid om geen paling uit het wild te consumeren (niet vetgemest in opkweekcentra). Om dezelfde reden is er sinds 2006 een algemeen meeneemverbod voor paling van kracht in Wallonië.

TE ONTHOUDEN

  • Het Europese palingbestand zit niet meer binnen de veilige biologische grenzen. Paling wordt met uitsterven bedreigd. Stop de aankoop ervan.
  • Ondanks de herstelprogramma’s die uitgerold worden sinds 2007, is geen enkele verbetering merkbaar in de status van de palingstocks.  De rekrutering van jonge glasaal tot het paaibestand is tussen 1970 en 2015 gedaald met maar liefst 95%.
  • Liefhebbers van glasaal kunnen vervangingsproducten op de markt vinden, geproduceerd uit surimi.
  • Gerookte paling kan vervangen worden door gerookte haring, forel of zalm.
  • Europese paling wordt door IUCN geklasseerd als een kritisch bedreigde soort.

WEETJES

Geen kweek, maar vetmesten van wild gevangen glasaal

In de jaren 1960 werden in Europa per jaar ongeveer 500 ton glasaal, 20 000 ton volwassen rivierpaling en 5 000 ton zilverpaling (op zee) gevangen. Overbevissing was één van de hoofdoorzaken van de teloorgang van het palingbestand, maar niet de enige. Nu is de toestand van paling kritisch en is de grootte van de populatie tot ver onder de biologisch veilige grens gezakt.

 

Daar waar in Azië al sinds het midden van de 19de eeuw paling wordt vetgemest, duurde het tot de 20ste eeuw vooraleer in Europa – met name in Italië – de eerste commerciële palingvetmesterijen opdoken. Tot op vandaag kan men immers de Europese paling niet in gevangenschap laten voortplanten. Het vetmesten van de in het wild gevangen glasaaltjes beheersen we wel perfect. In meer noordelijke landen zoals Nederland, Denemarken en Zweden wordt paling efficiënt vetgemest in gesloten recirculatiesystemen (gesloten systemen in bassins op land). Tegenwoordig is bijna de helft van de vetgemeste paling uit Nederland afkomstig.