Noordzeekrab

Cancer pagurus


zeevruchtengids.org/nl/noordzeekrab
  • Noordoostelijke Atlantische Oceaan, van Noorwegen tot in Marokko
  • Middellandse Zee tot aan de Egeïsche Zee
  • Korf
  • Staand want
  • Bodemsleepnet

 


  • Nederlands
  • English
  • Français

Laatst bijgewerkt: december 2018

 

Dit tienpotige schaaldier, met een groot, glad, geelbruin pantser en een mooi afgeronde vorm, is op de Europese markt de meest voorkomende krab. Het vrouwtje wordt geslachtsrijp op drie-, vierjarige leeftijd bij een pantserbreedte van ongeveer 14 cm. Tijdens de broedperiode voeden vrouwelijke Noordzeekrabben zich niet meer en leven ze teruggetrokken in een putje in het zandige of slibbige sediment, waardoor ze minder gemakkelijk gevangen worden. Noordzeekrabben voeden zich voornamelijk met kleine weekdieren (mosselen, mesheften), kleine schaaldieren en vissen.

 

De Noordzeekrab krijgt ook wel de bijnaam steenkrab door de houding die ze aanneemt wanneer ze op het droge op haar rug ligt: bewegingsloos met poten naar binnen geplooid. Sommige mensen verklaren deze bijnaam aan het feit alsof deze krab sedentaire gedrag zou vertonen. Dit klopt weliswaar voor de mannetjes, maar volwassen wijfjes rennen buiten de broedperiode heen en weer over de zeebodem en kunnen in één jaar tijd tot 150 km afleggen. In het westelijk deel van het Engels Kanaal zijn deze verplaatsingen meestal van oost naar west georiënteerd.

 

De achteruitgang van de langoest- en kreeftenvisserij in de jaren 50 zette Bretoense kreeftenvissers ertoe aan hun visserijactiviteiten te verleggen op krab en spinkrab.

 

 

Korf met aas

De Noordzeekrab wordt hoofdzakelijk gevangen met korven met vers aas (bijvoorbeeld horsmakreel, mul, poon …). De korven (soms tot 100 aan één lijn) zijn aan een boei verbonden en worden elke dag opgehaald. De helft van de Franse korvenvissers zijn geregistreerd in Bretagne, een derde in Normandië. Het grootste deel van deze vloot bestaat uit kleine vaartuigen (vaak minder dan 12 m) die enkel in het seizoen in de kustwateren vissen. De enkele korfvissers die het ganse jaar door op Noordzeekrabben vissen, werken verder van de kust en hebben een beun aan boord om de krabben in leven te houden. Met een 15-tal schepen landen zij tot 50 % van de Franse productie van Noordzeekrabben aan. Deze krabben worden ook in beperkte mate gevangen met staande netten of met bodemsleepnetten (20 % van de Franse aanvoer), maar deze zijn over het algemeen van mindere kwaliteit. Belgische vissers landden in 2016 311 ton Noordzeekrab aan als bijvangst in de bodemsleepnetten. Tot twee derden van deze aanlandingen bestaat uit krabbenpoten en amper een derde zijn volledige krabben.

 

Grote visserijdruk

De toestand van de Noordzeekrabbenpopulaties is niet zeer goed gekend. Maar uit de beschikbare data blijkt dat:
• De stocks in het Verenigd Koninkrijk over het algemeen rond of iets boven het niveau voor een Maximale Duurzame Opbrengst (MSY) zitten, zonder dat daarbij de rekrutering aangetast wordt. Enkele stocks worden echter wel overbevist en de sterke visserijdruk tast de hoeveelheid volwassen dieren aan.
• De toestand van de Ierse populaties is zorgwekkend omdat er een te grote visserijdruk zou zijn; een reductie in visserijsterfte wordt daarom aanbevolen.
• In Frankrijk zijn de populaties sinds een twintigtal jaar globaal genomen als stabiel te beschouwen. Voor een gerichte visserij op de soort is een vergunning verplicht. Het aantal korven is beperkt tot 200 per visser of 1 200 per schip. De aanvoer van zogenaamde heldere of witte krabben, individuen die pas verveld zijn, is verboden.

 

 

 

Op Europees niveau zijn er twee technische beschermingsmaatregelen genomen. Enerzijds is de minimale grootte van het pantser (gemeten in de breedte, tussen de twee buitenranden) vastgelegd op 140 mm, 130 mm of 115 mm (afhankelijk van het beviste gebied). Anderzijds wordt de aanvoer van afzonderlijke krabbenscharen gereglementeerd, afhankelijk van de vistechniek. Frankrijk legt een extra aanlandingsbeperking op van max. 5 kg krabbenpoten per dag per persoon. Het aanvoeren van aparte scharen is in bepaalde graafschappen van het Verenigd Koninkrijk geheel verboden.

 

Productie

De Franse productie die voor het grootste deel voor de Franse markt bestemd is, is onvoldoende om de honger van de Fransen te stillen. Jaarlijks wordt nog 8 000 ton Noordzeekrab (op zijn geheel, in scharen of als gepeld vlees) ingevoerd uit het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Noorwegen. Meer dan de helft hiervan is uit het Verenigd Koninkrijk afkomstig. Anderzijds voert Frankrijk uit naar Italië en Portugal. België importeert jaarlijks 2 200 ton krabben en krabbenvlees (alle soorten dooreen). Hiertussen zit minimum 225 ton Noordzeekrab, voornamelijk levend verhandeld uit Nederland en Frankrijk.

 

Gekookt of levend

Op de Franse markt overheerst de verkoop van levende Noordzeekrabben, hoewel ze steeds vaker verkocht worden in vers gekookte of gepasteuriseerde vorm (op zijn geheel of in twee gesneden). De scharen worden per stuk of in zakjes verkocht. In België worden gehele dieren en scharen vooral in gekookte vorm aangeboden in de vishandel.

 

TE ONTHOUDEN

  • De meeste bestanden van Noordzeekrab in Europa zijn gezond. Echter, enkele Britse en Ierse  stockslijden onder een te hoge visserijdruk.
  • De consumptie van Noordzeekrab uit Franse wateren kan aanbevolen worden, maar krabben uit Ierland of het Verenigd Koninkrijk zijn met mate te consumeren.
  • De minimum instandhoudingsreferentiegrootte garandeert dat de verhandelde dieren geslachtsrijp zijn.
  • Koop liever geen weke (bleke) exemplaren indien deze te koop worden aangeboden.
  • Eén visserij in de Shetlandeilanden is MSC-gecertificeerd.

 

WEETJES

Fransen verlekkerd op krab

De Fransen zijn echt verlekkerd op Noordzeekrab: met een gemiddeld verbruik van meer dan 300 g per persoon per jaar zijn ze de koplopers in Europa. De Portugezen verbruiken ongeveer 250 g per persoon per jaar, de Spanjaarden 100 g. Achter de gemiddelde nationale consumptiecijfers schuilen sterke regionale verschillen. In het westen van Frankrijk koopt bijna één vierde van de bevolking regelmatig Noordzeekrab, terwijl de soort in Oost-Frankrijk niet gekocht wordt.