zeevruchtengids.org/nl/actieve-visserijmethoden
  • Nederlands
  • English
  • Français

Laatst bijgewerkt: december 2018

 

Actieve visserijmethodes

 

• Sleepnetten

Algemeen zijn sleepnetten te beschrijven als trechtervormige netten die worden voortgesleept door een ‘trawler’. Dit type vissersvaartuig kan één of meerdere sleepnetten voorttrekken. Als twee trawlers gezamenlijk één groot sleepnet voorttrekken, spreekt men van ‘spanvisserij’. Nadat het sleepnet lang genoeg is voortgesleept, wordt het achterste deel van het net (‘de kuil’) uit het water gehaald en geleegd op het dek of in het scheepsruim.

 

Mogelijke milieu-impact van sleepnetten:
- bijvangst van te kleine individuen van de doelsoorten;
- bijvangst van (te kleine) individuen van soorten die niet tot de doelsoorten behoren;
- dieren die al in het begin van de sleep gevangen zijn, kunnen in de kuil vermorzeld worden door de rest van de vangst. Zodoende zijn ze niet meer verkoopbaar (verlies).

 

Mogelijke milieu-impact van sleepnetten die in contact staan met de bodem:
- beroering van de zeebodem en vernieling van het habitat (afhankelijk van het type habitat minder of meer gevoelig).
- aantasting of eliminatie van sedentaire soorten, zoals algen, riffen van koralen, sponzen, kokerwormen, etc.

 

• Bodemsleepnet

Het bodemsleepnet (ook bodembordennet, -plankennet of -ottertrawl genoemd) bestaat in vele vormen en kan zowel in ondiep als diep water, dicht of ver van de kust ingezet worden. Het net vangt het geheel van soorten die op en dichtbij de zeebodem leven. Het net wordt open gehouden met houten of metalen borden die over de bodem scheren. Er bestaan ook constructies waarbij twee scheerborden twee of meerdere (kleinere) netten tegelijkertijd open houden: twinrig of multirig.

Doelsoorten: rondvissen (zoals kabeljauw, leng, schelvis, wijting), platvissen (zoals tong en pladijs), Noorse Kreeft en garnaal.

 

Bepaalde maatregelen zijn reeds getroffen om de milieu-impact van bodemsleepnetten te verminderen: het vergroten van de maaswijdte; het plaatsen van selectieve ontsnappingsvensters om ongewenste vangsten te beperken (panelen met vierkante mazen, roosters, etc.), de vorm en opening van het sleepnet kunnen aangepast worden om te kleine vis te vermijden. Er worden lichtere materialen gebruikt voor de constructie ervan, de scheerborden die de sleepnetten horizontaal open houden kunnen worden geoptimaliseerd om de impact op de bodem te limiteren en het brandstofverbruik te verminderen. De grondpees die over de bodem sleept, kan worden uitgerust met rubberen schijven om de fysieke impact op de zeebodem te verminderen  en ervoor te zorgen dat bodembewonende bijvangstsoorten kunnen ontsnappen.

 

De sleepnetvisserij dieper dan 800 meter is verboden in Europese wateren, omdat de impact op de fragiele ecosystemen in de diepzee te groot is.

 

 

 

• Pelagisch sleepnet

Het pelagisch sleepnet wordt gebruikt voor soorten die in de waterkolom leven.

Doelsoorten: haring, makreel, zeebaars, ansjovis, sardien …

 

Met behulp van moderne elektronica (sonar en echolood) kunnen zowel pelagische als bodemsleepnetvissers zich heel precies richten op hun vangsten. Zij kunnen tevens spelen met de lengte van de kabel en hun snelheid. De netten worden geconcipieerd in functie van de doelsoort en de visgrond. De vangst wordt ofwel bewaard in bakken met schilferijs in het koelruim, ofwel bewaard in koeltanks gevuld met zeewater om ze vervolgens aan land te verwerken. In het geval er ver van de kust gewerkt wordt, kan op daartoe aangepaste schepen, onmiddellijk op zee verwerkt en ingevroren worden.

 

 

 

• Boomkor

De boomkorkotter sleept aan beide kanten van het vaartuig een zakvormig sleepnet voort.
Elk van deze sleepnetten is bevestigd in een zware metalen armatuur, bestaande uit een
horizontale boom gemonteerd op twee sloffen die over de bodem schuiven. Zo wordt het net
horizontaal en verticaal open gehouden. Het net wordt voorzien van metalen wekkerkettingen
die het sediment verstoren en de platvissen opjagen, om ze vervolgens te vangen.
Doelsoorten: platvissen (zoals schol en tong), Noordzeegarnaal …

 

Nieuwe methoden worden uitgeprobeerd om de impact van de boomkorvisserij te verminderen. Rolsloffen (met wielen) en/of een hydrodynamische vleugel (sum wing) verminderen de bodemberoering en het brandstofverbruik. Het aanpassen van de vorm en  de richting van de mazen doet de weerstand verminderen en bevordert de ontsnapping van de bijvangst. Momenteel test men ook twee types van elektrische boomkorren: de garnalenpulskor doet de grijze garnalen van op de bodem opspringen met behulp van zwakke pulsen. Bij de platvispulskor gebruikt men zwaardere pulsen die de spieren van de vissen doen verkrampen. De milieu-impact van deze elektrische vistuigen op andere organismen in het ecosysteem wordt momenteel wetenschappelijk onderzocht.

 

 

 

• Deense en Schotse bodemzegens

Deze netten zijn vergelijkbaar met bodemsleepnetten, maar worden gekenmerkt door het in een cirkel uitzetten van twee lange touwen (ten minste 2,5 km) met in het midden een net. Bij het binnenhalen van de lijnen worden de bodemvissen naar de opening van het net gejaagd. Het verschil tussen Deense en Schotse zegen bestaat erin dat bij de ‘Deense zegen’ (ook wel ‘ankerzegen’ of ‘snurrevåd’ genoemd) het schip voor anker ligt bij het binnenhalen, terwijl bij de ‘Schotse zegen’ (ook wel ‘fly-shoot’ of ‘Scottish sein’ genoemd) het vaartuig aan een lage snelheid vooruit vaart.
Doelsoorten: semi-demersale vissen zoals ponen, zeebarbeel en harders


Mogelijkse milieu-impact van Deense en Schotse zegens:
- bijvangst van te kleine individuen van de doelsoorten;
- bijvangst van (te kleine) individuen van soorten die niet tot de doelsoorten behoren;
- beroering van de zeebodem en vernieling van het habitat (afhankelijk van het type habitat minder of meer gevoelig).
- aantasting of eliminatie van sedentaire soorten, zoals algen, riffen van koralen, sponzen, kokerwormen, etc.

 

 

Het lage brandstofverbruik en de hoge kwaliteit van de aangelande vis zijn twee voordelen van deze vistechnieken. Hun grootste nadeel is het grote oppervlak dat deze vissers nodig hebben op een visgrond om hun visserij uit te voeren.

 

 

 

• Ringnetten zonder sluitlijn: ringzegen:

Zegens zonder sluitlijn hebben een centrale lepelvormige kuil (gemaakt van licht, zeer resistent netmateriaal) die aan weerszijden voorzien is van grote vlerken. De vis wordt gevangen als de beide vleugels op hetzelfde moment aan boord worden gehesen.
Doelsoorten: sardien, ansjovis, tonijn …

 

 

• Ringnetten met sluitlijn: lampara en bolinche

De ringzegen met sluitlijn wordt aan de Atlantische kust ‘bolinche’ genoemd, in de Middellandse Zee ‘lamapra’. De vissen worden omcirkeld met een muur van netten die tot honderden meters lang kan zijn. De onderpees van het net wordt toegetrokken om een ‘beurs’ te vormen waarin grote hoeveelheden vis tegelijkertijd worden gevangen. Deze netten worden ook gebruikt om levende blauwvintonijn te vangen in de Middellandse Zee (om ze te verplaatsen naar de vetmesterijen) of in de Indische Oceaan (tonijn verwerkt tot diepvriesproduct).

Doelsoorten: tonijn, haring, makreel …

 

Mogelijke milieu-impact van ringnetten:
- accidentele vangst van niet-doelsoorten, in het bijzonder van zeezoogdieren en haaien;
- bijvangst van te kleine individuen van de doelsoorten.

 

 

Wetenschappelijke waarnemers aan boord van tonijnvisserijschepen bestuderen verschillende technische maatregelen om de bijvangst te verminderen (haaien, dolfijnen, etc.): ontsnappingsluiken, het gebruik van afweergeluiden of correcte manier (gids van goede praktijken) om de bijvangst terug los te laten in zee. Dit alles om de overleving van de teruggezette soorten te verbeteren.

 

 

• Dreggen

Aan één trekstang worden meerdere (tot 14) zakvormige (metalen) netten vastgemaakt in een metalen armatuur. Een schip kan achteraan of zijdelings tot twee trekstangen voortslepen. Voor het vissen van schelpen die op de zeebodem voorkomen (sint-Jacobsschelpen, mosselen …), is de korbalk voorzien van een schraapijzer. Voor schelpdieren die in de zeebodem leven (kokkels, tapijtschelpen…) is de korbalk voorzien van metalen tanden die door het zand of het grind harken. Sommige dreggen zijn uitgerust met hydraulische apparatuur (hydraulische dreggen).
Doelsoorten: sint-jakobsschelp, mosselen, kokkels, tapijtschelp, venusschelp …


Mogelijke milieu-impact van dreggen:
- bijvangst van (te kleine) individuen van soorten die niet tot de doelsoorten behoren;
- het gewicht van het tuig heeft een grote vernietigende werking op de zeebodem. Hoe zwaarder de korren zijn, hoe groter hun impact;
- men laat de korren uitdruipen en haalt ze op met behulp van een lier. De tuigen zijn vrij gevaarlijk in gebruik voor de vissers wegens hun gewicht en de weerstand die ze bieden tegenover obstakels. De meest recente korren zijn voorzien van springveren.

 

 

Men ontwikkelde nieuwe korren zonder tanden, hetgeen de impact op de zeebodem vermindert.